Open ruimte



Oefeningen tegen examenvrees
    
Stap 1 (dagelijkse oefeningen die je doet op het moment dat het jou het beste uitkomt):

Ga rustig zitten of staan. Je mag liggen, maar pas op: val niet in slaap! Zorg, dat je in ieder geval ontspannen bent én dat je een rechte rug hebt. Je mag je ogen open houden, maar je mag ze ook dicht doen.
Adem heel rustig en concentreer je, terwijl je inademt en uitademt, op de plek in je neus waar de adem voorbijgaat. Voel de adem in en uit gaan langs je neushaartjes. Verder niets. Doe dit 5 minuten.

Als je op die manier helemaal ontspannen bent, stel je dan in je onderbuik een helder licht voor. Helderder dan welke lamp dan ook, wit en zacht, maar wel heel erg sterk. Als je dat lukt, probeer dan dat licht te verspreiden door je hele lichaam. Voel de warmte en de helderheid in elk bloedvaatje, elk spiertje, ja, in elk celletje van je lichaam. Doe dit ook 5 minuten.

Als je het gevoel hebt helemaal ontspannen te zijn, stel je dan voor dat je vlak voor die belangrijke gebeurtenis zit, waar je zo tegenop kijkt. Laat de angst en de afkeer maar bij je bovenkomen. Wees er niet bang voor, het is immers helemaal niet zo, je denkt er alleen maar aan. Stel je dan die angst voor als een donkere mist, die heel je lichaam in bezit neemt. Laat je helemaal vullen met die stomme, slierten rotmist. Neem daar maar een minuutje de tijd voor. En dan laat je weer het licht opkomen, zoals je in punt 3 geleerd hebt. Eerst in je onderbuik en dan uitstromend over je hele lichaam. Merk op hoe het licht de kille mist oplost. Er blijft niets van die mist over. Geniet er maar even van: de mist is opgetrokken, je hebt weer helder zicht. Ik denk dat je hier ook zo'n 5 minuten voor nodig hebt.

Concentreer je nog enkele momenten op je adem en ga rustig weer wat anders doen.

Stap 2 (de oefening die je doet een uur of zo voor het spannende moment):

Probeer 5 minuten al je bewegingen in slowmotion te doen. Begin met rustig te ademen en je te ontspannen. Hou dat de hele oefening vol. Loop dan zo langzaam mogelijk vooruit, als je niet verder kunt weer achteruit. Je kunt eventueel op je adem lopen, dat wil zeggen: inademen - linkervoet vooruit, uitademen - rechtervoet vooruit. Of, met nog meer slowmotion: bij het inademen heel langzaam je voet optillen en vooruitzetten, bij het uitademen je voet neerzetten en je hele lichaam heel langzaam iets vooruit bewegen, bij het inademen de andere voet heel langzaam omhoog, enzovoort.

Als je na die 5 minuten gewend bent aan de slowmotion bewegingen, vooruit lopen achteruit, probeer dan je ogen dicht te doen, terwijl je langzaam vooruit of achteruit beweegt. Zorg er voor dat je niet kunt vallen en je bezeren als je dit in huis doet. Doe dit 5 minuten. Denk er aan dat je ontspannen beweegt (dat is met dichte ogen nog moeilijker). Het beste is op het ritme van je adem te bewegen: adem in - voet omhoog en voet vooruit, adem uit - voet omlaag en lichaam vooruit.

Kleine tip: zorg bij elke beweging, hoe klein dan ook voor evenwicht. Wacht niet met evenwicht vinden tot je bijna omvalt.

Stap 3 (wat je kunt doen op het moment zelf)

Begin zo'n moment altijd met tegen je zelf te zeggen: 'Ik adem rustig in en ik adem rustig uit en ik heb er wel zin in!' Probeer dan even op je adem te letten: op je inademen en op je uitademen. En kijk dan maar wat er gebeurt. Laat je verrassen. Je kan helder nadenken. Je hebt goed gestudeerd. Je kunt het! Zo gauw je echter spanning voelt opkomen, denk je weer even aan je adem. Je voelt hoe je adem in je neus naar binnen komt, en hoe je adem zich over je lichaam verspreidt, je voelt hoe de adem zich weer verzamelt in je lichaam en weer via je neus naar buiten gaat.