Open ruimte



Ademen
       
Ga rustig zitten of staan. Je mag liggen, maar pas op: val niet in slaap! Zorg, dat je in ieder geval ontspannen bent én dat je een rechte rug hebt. Je mag je ogen open houden, maar je mag ze ook dicht doen.

Adem heel rustig en concentreer je, terwijl je inademt en uitademt, op de plek in je neus waar de adem voorbijgaat. Voel de adem in en uit gaan langs je neushaartjes. Verder niets. Doe dit dagelijks 5 minuten.

Als je merkt dat je je aandacht er niet bij kunt houden, tel dan je adem. Bij het inademen zeg langzaam in je zelf 1, bij het uitademen 2 etc. Tot 10 en dan weer opnieuw. Heb je je aandacht er niet bij: opnieuw beginnen. Ben je de tel kwijt: opnieuw beginnen.

Een bekende adem-meditatie van Thich Nhat Hanh, die wij reeds enkele malen in het NPB-huis hebben beoefend, is:


''ik adem in en kom tot rust (bij het inademen)

ik adem uit en glimlach (bij het uitademen)

thuis gekomen in het nu (bij het inademen)

wordt dit moment een wonder (bij het uitademen)''


Je zegt in jezelf bij het inademen: 'ik adem in en kom tot rust' en bij het uitademen zeg je in jezelf: 'ik adem uit en glimlach' enzovoort. De vier regels blijf je, zolang je er de aandacht bij kunt houden, in je zelf opzeggen. Probeer ook echt tot rust te komen, te glimlachen, in het nu te zijn en het wonder van het leven te ervaren. Deze meditatie kan ook gecombineerd worden met lopen. Probeer bij het lopen eerst een rustige pas te vinden, waarbij ademen en lopen harmonieus samen gaan. Zo kan je bijvoorbeeld bij het inademen drie stappen doen, en bij het uitademen vier. Je kan ook de stappen zo vertragen dat je één stap neemt bij de inademing en een volgende bij de uitademing. Maar trek je niks van deze getallen aan. Vind je eigen ritme. Als je je rustige pas gevonden hebt, kun je dit combineren met het opzeggen van de reeds genoemde meditatiewoorden of 'er alleen maar zijn'.